Noodanticonceptie

Noodanticonceptie

Noodanticonceptie is een noodmethode die het risico op zwangerschap verkleint nadat een vrouw recent onbeschermde gemeenschap heeft gehad. Voorbeelden van noodanticonceptie zijn een morning-afterpil of een spiraaltje. De keuze voor noodanticonceptie is niet in alle gevallen nodig, omdat er niet altijd een verhoogd risico op zwangerschap is. Om dit te bepalen is een duidelijk beeld nodig van de menstruatiecyclus, vruchtbaarheid en de werking van (regulier) anticonceptie.

Anticonceptie vergeten
Het kan zijn dat u of uw partner vergeten is om anticonceptie te gebruiken of er een situatie heeft voorgedaan waardoor de medicatie niet voldoende heeft kunnen werken. Hoe riskant het vergeten is, hangt af van de week van het gebruik en het soort anticonceptie (combinatiepil, minipil, anticonceptiering, anticonceptiepleister of geen anticonceptie). Vaak geldt dat de pil, wanneer deze binnen 12 uur na het gebruikelijke tijdstip ingenomen wordt, nog voldoende bescherming biedt.

Een combinatiepil bevat zowel oestrogeen en progestageen. Hierbij wordt de pil iedere dag geslikt, behalve in de stopweek. Noodanticonceptie kan nodig zijn in de volgende gevallen:

  • Als de combinatiepil voor het eerst is gestart (de eerste maand van gebruik) en er in de 5 dagen voor het vergeten van de pil of 7 dagen erna gemeenschap is geweest

Wanneer één pil is vergeten en de medicatie langer dan 1 maand in gebruik is, is noodanticonceptie niet nodig. Ook wanneer één of meer pillen in de derde week vergeten is, is noodanticonceptie niet nodig. In dit geval moet de vrouw 7 dagen achtereen werkzame tabletten slikken, ook al is het einde van de pilstrip gebruikt. Ook kan er voor gekozen worden om een stopweek in te lassen. Deze stopweek is inclusief de dagen dat pillen zijn vergeten. Na 7 dagen geen medicatie te slikken moet de vrouw met een nieuwe strip beginnen.

De minipil bevat enkel progestageen. Hierbij wordt de pil iedere geslikt, zonder stopweek. Noodanticonceptie kan nodig zijn in de volgende gevallen:

  • Als de minipil is vergeten en in de periode erna onbeschermde gemeenschap (zonder condoom) heeft plaatsgevonden
  • Als de minipil voor het eerst is gestart (de eerste maand van gebruik) en er in de 5 dagen voor het vergeten van de pil of 7 dagen erna gemeenschap is geweest

Wanneer één pil is vergeten moeten condooms worden gebruikt bij gemeenschap tot de pil weer 7 dagen achtereen is geslikt.

De anticonceptiering wordt door de vrouw zelf ingebracht en blijft daar 3 weken zitten, waarna een ringvrije periode van maximaal een week volgt. Noodanticonceptie kan nodig zijn in de volgende gevallen:

  • Als de ring meer dan 3 uur niet op zijn plek heeft gezeten (geldt niet in de stopweek)
  • Als een nieuwe ring meer dan 12 uur te laat is ingebracht
  • Als de ring te lang in de vagina heeft gezeten

De anticonceptiepleister wordt gedurende 3 weken iedere week een pleister geplakt op de huid, waarna een pleistervrije periode van maximaal een week volgt. Noodanticonceptie kan nodig zijn in de volgende gevallen:

  • Als de pleister meer dan 24 uur van de huid af is geweest
  • Als de pleister 12 uur te laat na een stopweek is geplakt
  • Als de eerste pleister meer dan 48 uur te laat is vervangen door de tweede pleister

Vormen noodanticonceptie
Er zijn verschillende mogelijkheden voor noodanticonceptie: een morning-afterpil met levonorgestrel, een morning-afterpil met ulipristal of een koperspiraaltje (bij de huisarts). Noodanticonceptie moet zo snel mogelijk na de gemeenschap worden ingenomen. Levonorgestrel in elk geval binnen 72 uur (3 dagen), ulipristal binnen 5 dagen. Hoe eerder de noodanticonceptie wordt ingenomen, hoe kleiner het risico op zwangerschap is.
Let op: noodanticonceptie beschermt niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen. Mocht u hier meer informatie over willen, kunt u contact opnemen met uw arts of de GGD.

Controle
Wanneer noodanticonceptie gebruikt is moet altijd bij de volgende menstruatie gecontroleerd worden of deze normaal is. Bij het uitblijven hiervan of in geval van twijfel kan een zwangerschapstest gedaan worden. Het kan zijn dat de noodanticonceptie ervoor zorgt dat de menstruatie enkele dagen eerder of later komt. Bij een negatieve uitkomst van de zwangerschapstest en verder uitblijven van de menstruatie of bloeding moet de zwangerschapstest na 1 week herhaald worden.

Extra maatregelen
Na het gebruik van noodanticonceptie moeten extra maatregelen worden genomen bij de gemeenschap. Gebruikers van de anticonceptiepil moeten door gaan met het pilgebruik. Bij levonorgestrel noodanticonceptie moet een condoom worden gebruikt in de periode van ten minste 7 dagen waarin de normale anticonceptie wordt geslikt. Bij ulipristal noodanticonceptie moet een condoom worden gebruikt in de periode tot de volgende menstruatie.

Ga naar de huisarts als:

  • De onbeschermde gemeenschap langer dan 5 dagen geleden heeft plaatsgevonden
  • De vrouw acute porfyrie, ernstige leverfunctiestoornis, ziekte van Crohn of een ander ernstig maagdarmprobleem heeft
  • Er een overgevoeligheid voor progestagenen is
  • Er mogelijk een SOA opgelopen is
  • Het gaat om ongewenst seksueel contact
  • In korte tijd meerdere keren de morning-afterpil gebruikt is
  • De vrouw al zwanger kan zijn doordat ze eerder in de cyclus een of meer pillen vergeten is of onbeschermde gemeenschap heeft gehad
  • De vrouw de voorkeur geeft aan een andere vorm van noodanticonceptie, zoals het morning-afterspiraaltje
Copyright © 2020 24apo.com All rights reserved.